| 26 Oktober 2010 - Nagoya dagboek, deel 2. Moeizame onderhandelingen Nadat onze koffers met een dag vertraging uit Frankfurt waren gearriveerd, konden medewerker Jos en ik ons iets minder casual gekleed naar het conferentiecentrum begeven. Daar stond onder andere een bijeenkomst op de agenda van GLOBE, het netwerk van parlementariërs op milieugebied. Ook presenteerde voorzitter Pavan Sukhdev van de TEEB-studie de nieuwste gegevens over de relatie tussen economie en ecologie. Investeren in biodiversiteit is ook economisch logisch en aantrekkelijk (als het op de juiste manier gebeurt).
Naast de officiële bijeenkomsten maakten we ook van de gelegenheid gebruik om informeel andere Nederlandse en Europese deelnemers te ontmoeten. Zo zijn de onderhandelingen over de toegang tot genetisch materiaal voor bijvoorbeeld Nederlandse kwekers van groot belang. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je een plant uit Zuid-Amerika wilt gebruiken? Aan wie moet je je wenden om daar toestemming voor te krijgen? En mag je verder kweken met deze plant om een nieuwe soort of nieuwe eigenschappen te ontwikkelen? Al deze vragen liggen op tafel bij de zogenaamde onderhandelingen over Access and Benefits Sharing (ABS), waarbij de discussies niet alleen uiterst ingewikkeld zijn, maar de posities bovendien nog mijlenver uit elkaar liggen. Zo willen landen als Brazilië deze afspraken met terugwerkende kracht laten gelden – een rariteit (om niet te zeggen onmogelijkheid) in internationale afspraken. Ook willen zij ziekteverwekkers onder het akkoord laten vallen. Je moet er toch niet aan denken dat er een nieuwe griepvariant ontstaat, waarvan slechts één land over het juiste virus beschikt om antistoffen en vaccins mee te maken en dat je vervolgens met dat land in onderhandeling moet over de toegang tot dat virus. Een kwaadwillend land kan over de rug van miljoenen slachtoffers zijn prijs tot het uiterste opdrijven… Dergelijke gevallen moeten volgens mij binnen de Wereldgezondheidsorganisatie aangepakt worden op basis van een gemeenschappelijke aanpak, zoals nu ook het geval is.
In de avond stond er opnieuw overleg met de Europese Commissie op het programma, deze keer met de net gelande commissaris Potocnik zelf. Daarna volgde een bijeenkomst met de Nederlandse onderhandelingsdelegatie. Door het grote aantal Nederlanders in onze EP-delegatie dreigde dit een spelletje oppositie versus regering te worden, waarbij Europarlementariërs van oppositiepartijen probeerden Nederland als de grote boeman af te beelden, die niet bereid zou zijn te betalen voor biodiversiteit. En dat terwijl Nederland meer dan de verplichte contributie betaalt aan het secretariaat van de top, de belangrijke TEEB-studie mee gefinancierd heeft en via ontwikkelingsprojecten tot 200 miljoen euro investeert in milieuprojecten in ontwikkelingslanden! Bovendien is zo’n spelletje vingerwijzen niet echt bevorderlijk voor het vinden van een oplossing voor het inderdaad moeilijke financiële vraagstuk.
Kortom, de onderhandelingen verlopen moeizaam. En ook in Nagoya blijkt Den Haag dichterbij dan je denkt… Deelnemers zijn het erover eens dat vooral de ABS-onderhandelingen cruciaal zijn. Zonder akkoord op dit terrein (en afspraken over financiering) is er geen akkoord over de algemene doelstellingen te verwachten. De tijd dringt. Morgen komen de ministers, die geacht worden zich te concentreren op de hoofdpunten, terwijl de technische discussies nog lang niet afgerond zijn. Allemaal aan het werk dus!
|
| |
| < terug | |
